|
Hugo Delvaux / m.objects directAV / 8:07
Het ontstaan en de teloorgang van Campo Santo
Begin 19de eeuw is Gent in volle uitbreiding door de komst van de textielindustrie.

Gent omstreeks 1820, het linnen ligt er te bleken op de Muinkmeersen en in achtergrond duikt de toren van de Sint-Pietersabdij op.

Dezelfde meersen, we zijn nu 1837. De fabrieksgebouwen wijzen op een razendsnelle industrialisatie, die zich in amper 20 jaar tijd voltrokken heeft.
Een bedrieglijke idylle: want toen was er reeds overbevolking, wildgroei van bedrijven, vervuilde waterlopen, en sompige bleekweiden liepen zelfs tot vlak bij het stadscentrum.
De wijk Sint Amandus, die dicht gelegen is bij de poorten van Gent, groeit sterk aan.
En in 1847 wordt het een zelfstandige parochie en krijgt pastoor Van Damme de toelating tot het inrichten van een begraafplaats.
Zijn bedoeling was, een kerkhof voor zijn parochianen maar tegelijkertijd ook een elitaire (versta lucratieve) begraafplaats aan te leggen voor de Gentse bourgeoisie.
Snel werd het een laatste rustplaats voor grote figuren uit de wereld van kunst en cultuur zoals Karel van de Woestijne, Frans Masereel, Rosalie Loveling om er maar een paar te noemen.
Maar ook figuren uit de opkomende Vlaamse beweging zoals Jan Frans Willems,komen er terecht, al was dat door pastoor Van Damme allicht niet zo bedoeld.....
 
Met de jaren nam echter het verval toe.
Een omzendbrief van 1960 gaf aan de burgemeesters de toelating om bouwvallige graven te laten verwijderen en meteen kwamen ook graven van illustere Vlamingen in gevaar.
Tegenover deze dreiging werd het beschermcomitee Campo Santo opgericht.
Maar wanneer in 1971 een wet de eeuwig durende concessie opheft dreigde er opnieuw sloping.
Onder het peterschap van de bekende fotograaf Michiel Hendryckx eindigt het Campo Santo bij de genomineerden van de Monumentenstrijd 2007.
|